Taalontwikkelingsstoornissen

De taalontwikkeling verloopt volgens een bepaald patroon (de verschillende stadia van de taalontwikkeling). Bij een aantal kinderen kent deze ontwikkeling een vertraagd of afwijkend verloop. Logopedisten spreken dan over een dysfatische ontwikkeling of een primaire taalontwikkelingsstoornis. De stoornis treft zowel de ontwikkeling van de taalvorm (verbuigingen en vervoegingen en de zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) als het taalgebruik.

Soms vertoont het kind ook kenmerken van hyperkinetisch gedrag en stoornissen in de aandacht en de concentratie. Als de taal zich niet normaal ontwikkelt ten gevolge een verstandelijke handicap, een gehoorstoornis of een psychische stoornis, dan spreken we van een secundaire taalontwikkelingsstoornis.

Lees- en spellingsproblemen (waaronder dyslexie)

Moeilijkheden met lezen en spellen geven problemen met veel schoolse taken. Voordat kinderen leren lezen en spellen kunnen er al problemen zijn met de spraak- en/of taalontwikkeling. Specifieke risicofactoren voor dyslexie (zoals moeilijkheden met auditieve en visuele discriminatie, analyse, synthese en de klank-tekenkoppeling) kunnen in de eerste jaren van de basisschool door (gespecialiseerde) logopedisten goed worden gesignaleerd en begeleid. Als de taalvaardigheden van een kind niet voldoende zijn en het kind niet aan de auditieve en visuele voorwaarden voldoet, kan het lees- en schrijfproces worden bemoeilijkt. Wordt er adequate hulp geboden, dan kan de uitingsvorm van de lees- en/of spellingsproblemen beperkt zijn. Vroegtijdige, effectieve hulp is dan ook heel belangrijk en bovendien ontstaat er als gevolg hiervan eerder duidelijkheid over de hardnekkigheid van de problemen. De hardnekkigheid van de lees- en spellingsproblemen is een belangrijk kenmerk van dyslexie.

Veel lees- en spellingsproblemen vinden hun oorsprong in problemen met de taalontwikkeling, fonologie (klanksysteem) en/of auditieve vaardigheden. De logopedist is deskundig op deze gebieden en onderscheidt zich daarmee van andere beroepsgroepen die zich met lees- en spellingsproblemen (waaronder dyslexie) bezig houden, bijvoorbeeld orthopedagogen en remedial teachers. Dat de behandeling door een (gespecialiseerde) logopedist een grote bijdrage kan leveren aan het voorkomen van lees- en spellingsproblemen en het verminderen van het gevolg ervan, staat buiten kijf. In de behandeling wordt samengewerkt met de ouders en de school van het kind. Ook wordt rekening gehouden met de totale ontwikkeling van het kind en eventueel bijkomende problemen. Lees- en spellingsproblemen hebben vaak verband met (andere) logopedische stoornissen. Binnen Spreekhoek worden kinderen met lees- en spellingsproblemen begeleid door logopedist-dyslexiespecialist Bianca Boels

Afasie

Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een hersenletsel in de linker hersenhelft. Dit wordt meestal veroorzaakt door een beroerte (CVA), maar kan ook ontstaan door een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening in de hersenen. Bij sommige mensen zit het taalsysteem in de rechterhersenhelft. Als zij hersenletsel oplopen in de rechterhersenhelft kan er ook een afasie optreden.Afasie komt het meest voor bij volwassenen en ouderen. Maar ook kinderen en jongeren kunnen hersenletsel oplopen met een afasie als gevolg.

Door afasie ontstaan er problemen met het spreken, het lezen en het schrijven. Samen geven deze talige problemen stoornissen in de communicatie. De ernst en omvang van de afasie zijn onder andere afhankelijk van de plaats en de ernst van het hersenletsel, het vroegere taalvermogen, iemands persoonlijkheid en zijn algehele gezondheid.

Sommige mensen met afasie kunnen wel goed taal begrijpen, maar hebben moeite met het vinden van de juiste woorden of met de zinsopbouw. Het komt regelmatig voor dat een afasiepatiënt een ander woord zegt dan hij bedoelt. Ook komt het voor dat afasiepatiënten juist wél veel spreken, maar wat zij zeggen is voor de gesprekspartner niet of moeilijk te begrijpen. Zij hebben vaak grote problemen met het begrijpen van taal. Tijdens een gesprek vangen ze bijvoorbeeld alleen trefwoorden op en bedenken zelf het verband hiertussen. Vooral bij ingewikkelde zinnen levert dit misverstanden op.

Lezen en schrijven

Naast het spreken en begrijpen kunnen er problemen zijn met het lezen en schrijven. Het lezen van een boek of het volgen van een ondertiteling op de televisie is vaak moeilijk en soms onmogelijk. Schrijfproblemen maken het bijvoorbeeld moeilijk om boodschappen te noteren bij het telefoneren.

Het herstel van de taal- en spraakproblemen vindt voornamelijk plaats in de eerste drie tot zes maanden na de beroerte. In deze periode is veel logopedische therapie belangrijk.

Taalstoornissen bij dementie

Bij dementie (ziekte van Alzheimer of andere ouderdomsziekten) wordt naast het geheugen ook het taalvermogen aangetast.